Overgangsnormen Montessori College PJ

 

 

 1          Algemene bepalingen
 

1.1        Alleen de vergadering van docenten die lesgeven aan de leerling, aangevuld met de betrokken deelschoolleider(s), is bevoegd tot het bevorderen of afwijzen van een leerling c.q. tot het geven van een al dan niet bindend advies.

1.2        De leerling krijgt in een schooljaar vier rapporten. Elk rapport geeft per vak het gemiddelde van alle cijfers, behaald vanaf het begin van het schooljaar (klas 1 vanaf periode drie!). Bevordering vindt plaats op grond van het vierde rapport, waarop de cijfers worden afgerond op één cijfer achter de komma en waarbij een cijfer van 5,5 en hoger een voldoende is.

1.3        In de docentenvergadering worden de volgende drie aspecten bekeken om tot een beslissing te komen:

              Rapportcijfers.

              Advies van de docenten.

              Wens ouder/kind.

             Wanneer twee van de drie aspecten positief zijn, kan de leerling doorstromen naar een andere dakpan of hoger leerjaar. Is dit niet het geval, dan blijft de leerling in dezelfde dakpan of klas.

1.4        Een leerling kan niet tweemaal in hetzelfde leerjaar blijven zitten.

1.5        Een leerling kan niet in twee opeenvolgende leerjaren blijven zitten.

1.6        In bijzondere gevallen kan de docentenvergadering in het belang van de leerling afwijken van de hieronder vermelde normering.

1.7        De besluiten van de docentenvergadering zijn bindend.

 

2          Doorstroming van klas 1 naar klas 2
 

            Het schooljaar is verdeeld in twee periodes van ca. 20 weken. De cijfers behaald in de eerste periode tellen niet mee voor de overgang naar klas 2, maar worden gebruikt bij een eventuele  tussentijdse doorstroming.

            De leerling die na 40 weken niet voldoet aan de criteria voor doorstroming naar een hogere dakpan en ook niet aan de criteria voor doorstroming naar een lagere dakpan, stroomt door naar klas 2 van de dakpan waarin hij/zij zat.  In principe kan een leerling in klas 1 niet doubleren. Doorstroming naar een lagere dakpan kan niet op onze school, maar wel op de vmbo-t locatie van Piter Jelles “de Dyk”.

 

3          Doorstroming naar een andere dakpan               


De leerling kan doorstromen naar een andere dakpan. In klas 1 is er tweemaal zo’n doorstroommoment: na 20 weken en aan het eind van het cursusjaar. In klas 2 eenmaal, na 20 weken. Aan het eind van het tweede jaar stromen leerlingen door naar vmbo 3, havo 3, of vwo 3.
 

3.1             Criteria voor de doorstroming naar een hogere dakpan in klas 2:

 

              Een gemiddeld van een 8,0 of hoger, waarbij alle vakken meetellen.

              Een positief advies van de docentenvergadering.

              De uitdrukkelijke en met argumenten onderbouwde wens tot doorstroming van de   

               ouders/leerling.
Steeds moet aan tenminste twee van de drie criteria zijn voldaan.

 

3.2                Criteria voor doorstroming naar een lagere dakpan in klas 2:


             • 
Het aantal onvoldoendes bedraagt 4 of meer.

              De docentenvergadering adviseert een lagere dakpan.

              De uitdrukkelijke en met argumenten onderbouwde wens van de ouders/leerling tot plaatsing

               in een lagere dakpan.
Ook hier:er moet aan ten minste twee van de drie criteria zijn voldaan.

   

 

4          Bevordering van klas 2 naar klas 3

De leerling krijgt in een schooljaar vier rapporten. Elk rapport geeft per vak en per niveau het gemiddelde van alle cijfers, behaald vanaf het begin van het schooljaar. Bevordering vindt per niveau plaats op grond van het vierde rapport, waarop de cijfers worden afgerond op één cijfer achter de komma.

       

            In klas 2 zitten leerlingen in het dakpansysteem: vmbo-t/havo en havo/vwo.

            In klas 3 worden homogene groepen gevormd: vmbo -t, havo en vwo.

            De basisberoepsgerichte (vmbo-bb) en de  kaderberoepsgerichte (vmbo-kb) leerweg  binnen het vmbo bieden wij op onze locatie niet aan. Binnen Piter Jelles kunnen de leerlingen terecht op lokatie “Ynsicht”.

In principe kan een leerling in klas 2 niet doubleren.

 

4.1        Bevordering vanuit de vmbo / havodakpan

           

            De leerling is bevorderd bij een gemiddelde van 6.0 of hoger en maximaal 3 onvoldoendes, waarvan 5 berekende (zie 4.3).

            Voor bevordering naar vmbo-t 3 geldt verder: van de vakken in het gekozen vakkenpakket mogen er maximaal 2 onvoldoende zijn.

           

 

4.2       Bevordering vanuit de havo/vwo dakpan:

 

 

            De leerling is bevorderd bij een gemiddelde van 6.0 of hoger en maximaal 3 onvoldoendes, waarvan 5 berekende (zie 4.3).

 

  

            Bij het tweede rapport in februari krijgt de leerling een eerste advies. Bij het derde rapport in april volgt een tweede advies. Bij de overgangsvergadering in juni wordt definitief bepaald op welk niveau de leerling in klas 3 zijn opleiding kan vervolgen. Dit uiteraard op basis van de criteria genoemd bij 1.2.

 

            Leerlingen die naar 3 vmbo-bb, of -kb gaan,  moeten zich vòòr 1 april op een andere school aanmelden. De decaan begeleidt de leerling hierbij.

 

4.3       Berekende onvoldoendes: Een vijf is één onvoldoende, een vier twee, een drie drie enz.

              Voorbeeld: een 5.4 telt als een vijf, een 4.5 ook. Een 4.4 is dus een 4 en telt als 2  

              onvoldoendes.

 

 

5          TTO

 

            Leerlingen die TTO (tweetalig onderwijs) volgen, zitten vanaf klas 1 in een homogene vwo-klas.

 

5.1       Bevordering van klas 1 naar 2

 

            De leerling is bevorderd bij een gemiddelde van 6,0 of hoger en maximaal 3 onvoldoendes, waarvan 5 berekende (zie 4.3).

 

5.2       Bevordering van klas 2 naar 3

 

            De leerling is bevorderd bij een gemiddelde van 6,0 of hoger en maximaal 3 onvoldoendes, waarvan 5 berekende (zie 4.3).

 

6          Bevordering van klas 3 naar klas 4

 

6.1        De leerling is bevorderd bij:

a.       een gemiddelde van 6,0 of hoger en

b.      maximaal twee onvoldoendes, beide 4,0 of hoger (4,0  t/m 5,4) of

c.       maximaal drie onvoldoendes waarvan één cijfer 4,0 of hoger (4,0 t/m 5,4) is en twee cijfers 5,0 of hoger (5,0 t/m 5,4) zijn.  

 

6.2        Een leerling van havo 3 kan bij een positief advies van een meerderheid van de 

             docentenvergadering bevorderd worden naar vwo 4

 

6.3        Een leerling van vwo 3 die niet bevorderd kan worden naar vwo 4,  kan toegelaten worden tot havo 4 als het gemiddelde 5,5 of hoger is en de docentenvergadering dit adviseert.

 

6.4       Voor de overgang van 3 Vmbo naar 4 Vmbo geldt bovendien de regel dat overgang alleen plaats kan vinden als bij de examenvakken van het gekozen pakket:

             Of alle cijfers voldoende zijn, òf er één vijf staat.

              Er ten hoogste twee vijven of één vier staan, mits het gemiddelde van de  vakken 6.0 of  

               hoger is.


Daarnaast moeten alle handelingsdelen die in het PTA van leerjaar 3 staan voldoende zijn afgerond.

            Indien een leerling een extra examenvak kiest, is één vijf voor één van de examenvakken toegestaan; geen andere onvoldoendes.

            Het cijfer van maatschappijleer 1 eind klas 3 gaat mee naar klas 4. Dit cijfer is medebepalend voor het wel of niet slagen.

 

6.5       De docentenvergadering kan een taak adviseren voor in de vakantie, zodat de leerling sterker kan beginnen in het volgende leerjaar.
 

7          Bevorderingsregeling Tweede Fase

 

7.1       Algemeen

 

            De leerling krijgt in een schooljaar vier rapporten. Elk rapport geeft per vak het gemiddelde van alle cijfers, behaald vanaf het begin van het schooljaar en de beoordeling van de vakken CKV en LO met onvoldoende, voldoende en goed’. Bevordering vindt plaats op grond van het vierde rapport, waarop de cijfers worden afgerond op één cijfer achter de komma en waarbij een cijfer van 5,5 en hoger een voldoende is. De vakken die samen het combinatiecijfer vormen, tellen bij de overgang als apart vak mee.

            De handelingsdelen van de vakken die met een cijfer worden beoordeeld,  tellen niet mee bij de overgang. De handelingsdelen dienen wel voor aanvang van het volgende schooljaar naar behoren te zijn afgerond,  wil de overgang naar het volgende leerjaar geëffectueerd kunnen worden.       
 

7.2        Bevordering van klas havo 4 naar havo 5

 

De leerling is bevorderd bij:

a.       een gemiddelde van 6,0 of hoger en

b.      maximaal twee onvoldoendes, waarvan één cijfer 4,0 of hoger (4,0  t/m 5,4) en één cijfer 5,0 of hoger (5,0 t/m 5,4) is,  

c.       maximaal één onvoldoende voor de vakken Nederlands, Engels of wiskunde,

d.      indien de onvoldoende voor de vakken Nederlands, Engels of wiskunde lager dan 5,0 is, moet de leerling een taak uitvoeren voor dat vak en kan hij/zij alleen bevorderd worden als hij/zij voor de toets als afsluiting van die taak een voldoende heeft gehaald.

e.       de beoordeling “voldoende” of “goed” voor de vakken CKV en LO.

 

  

7.3      Bevordering van klas vwo 4 naar vwo 5 

 

De leerling is bevorderd bij:

a.       een gemiddelde van 6,0 of hoger en

b.      maximaal twee onvoldoendes, waarvan één cijfer 4,0 of hoger (4,0  t/m 5,4) en één cijfer 5,0 of hoger (5,0 t/m 5,4) is,

c.  de beoordeling “voldoende” of “goed” voor de vakken CKV en LO.

 

7.4       Bevordering van klas vwo 5 naar vwo 6
 

De leerling is bevorderd bij:

a.       een gemiddelde van 6,0 of hoger en

b.      maximaal twee onvoldoendes, waarvan één cijfer 4,0 of hoger (4,0  t/m 5,4) en één cijfer 5,0 of hoger (5,0 t/m 5,4) is,  

c.       maximaal één onvoldoende voor de vakken Nederlands, Engels of wiskunde,

d.      indien de onvoldoende voor de vakken Nederlands, Engels of wiskunde lager dan 5,0 is, moet de leerling een taak uitvoeren voor dat vak en kan hij/zij alleen bevorderd worden als hij/zij voor de toets als afsluiting van die taak een voldoende heeft gehaald.

e.       de beoordeling “voldoende” of “goed” voor de vakken CKV en LO .

 

De resultaten van Anw en Ma uit vwo 4 tellen mee bij de bevordering van vwo 5 naar vwo 6.