In Memoriam

 

 

Tetsje Brak (1959 - 2006)

 
Tetsje Brak was vanaf 1981 werkzaam bij ons op school. Eerst als docent Engels, later als onderwijsassistent. Tetsje was een warme persoonlijkheid met hart voor de leerlingen. In beide functies die ze vervuld heeft, maakte ze indruk door haar grote collegialiteit.
 
Op woensdag 8 februari 2006 hebben we afscheid van Tetsje genomen en bij die gelegenheid sprak Hans Doodkorte de volgende woorden :
 

Beste familie, vrienden, collega’s en leerlingen.


We moeten vandaag afscheid nemen van Tetsje. Haar overlijden was niet plotseling. Al maandenlang wisten we dat we er rekening mee moesten houden. Toch kunnen we niet zeggen dat we er echt op voorbereid waren.

 

Tetsje was iemand die heel planmatig en ordelijk haar werk deed. Ze was ook een perfectionist die ervan genieten kon wanneer de zaken op rolletjes liepen. Ze was zich intens bewust van haar verantwoordelijkheidsgevoel en ze werd gedreven door een meer dan gemiddeld, sterk ontwikkeld plichtsgevoel. Tetsje hoorde bepaald niet bij die mensen die luchthartig door het leven fladderen. Toch was ze niet echt zwaar op de hand. Temidden van alle hectiek kon er plotseling een glimlach op haar gezicht doorbreken. Relativeringsvermogen en humor waren haar beslist niet vreemd.

 

Tetsje had al een leven als docent Engels op Slauerhoff achter de rug toen ze op Piter Jelles Montessori als onderwijsassistent kwam te werken. De breuklijn tussen beide functies werd veroorzaakt door de kanker die haar leven compleet op de kop zette. Ze kwam terug uit een verraderlijke ziekte en wilde iets anders met haar leven en haar werk. Eigenlijk was haar leven vanaf dat moment één grote worsteling. In alles zocht ze de diepte. Ze had een intense ‘drive’  om bij zichzelf te komen, om afstand te nemen van het ‘aangepast kind’  in zichzelf zoals dat zelf noemde.  Die worsteling ging gepaard met heftige gevoelens van woede en verdriet. Maar ook van vreugde en acceptatie.

 

In haar tweede werkzame leven was zij dus onderwijsassistent op Montessori. Een functie waar aanvankelijk geen functieomschrijving voor bestond. Dat was ook niet zo’n probleem omdat de werkzaamheden van Tetsje zich voornamelijk concentreerden rondom de studiezaal en alles wat daarbij komt kijken. De bemensing van de studiezaal, toezichtroosters voor de toetsen, de huiswerkklas, kortom allemaal organisatorische klussen die Tetsje op het lijf geschreven waren. Er was echter een klein probleempje. In het kader van de voortschrijdende professionalisering van Piter Jelles moest de functie van onderwijsassistent beschreven worden. Het was een beetje pijnlijk, want de wijze waarop Tetsje en haar collega Miriam de functie invulden,  niet in het systeem bleek te passen.

 

Tetsje als regelneef hebben we node gemist toen Montessori in de roostercrisis belandde. Haar afwezigheid versterkte de organisatorische chaos en liet zien hoe perfect zij haar zaken op orde had. Maar we zouden bijna vergeten dat er ook een heel andere kant aan Tetsje was. Haar kanker maakte voor haar de weg vrij om haar kwetsbaarheid, haar warmte en spiritualiteit te delen. Ze kon genieten van het werken met de leerlingen en was ontvankelijk voor hun spontaniteit. Ze wilde ook andere dingen met de leerlingen doen. Aan een meditatiesessie met leerlingen had zij ook graag een vervolg gegeven.

 

Iemand als Tetsje op je school hebben is een bijzondere ervaring. Ik ken weinig mensen die zo intens op zoek zijn geweest naar hun authenticiteit als Tetsje,  op haar spirituele zoektocht kreeg ze ervaringen die ze ook niet met iedereen kon delen. Juist op dat spirituele stuk wisten wij elkaar te vinden. Dat moet ik wel benadrukken, omdat Tetsje, ook weer meer dan gemiddeld, een sterk ontwikkelde allergie had voor autoriteit. Als directeur was ik voor haar de belichaming van autoriteit. Met mij als directeur had ze moeite, niet met mij als medemens.

 

In de eerste vakantieweek hebben we samen een open gesprek gehad. Het ging waar het over moest gaan. Over onze relatie, de verwijdering en de toenadering, maar ook over die tussen mensen. Het ging ook over de grote dingen des levens en wat je echt met je leven wilt. Tetsje’s droom was het opzetten van een spirituele werkgemeenschap waar mensen elkaar waarlijk zouden kunnen ontmoeten. Waar niets moest. Ze had al een plek in gedachten midden in de natuur.

 

Vanuit Tetsje’s levensvisie is het fysieke verscheiden geen definitief einde. Zij had de overtuiging dat het leven doorgaat in een andere dimensie. Zij gaat door, wij blijven achter met herinneringen. Aan iemand met een grote levensdrift, een grote vechtlust en uiteindelijk ook met acceptatie. Die verraderlijke ziekte die toch terugkwam.  Waardoor ze nog weer dieper in zichzelf moest putten. Die haar omgeving dwong om te reageren. Vaak met hele onverwachte reacties. Die haar goed deden en iets met de ander deden. Tetsje’s ziekte en overlijden heeft ons niet onberoerd gelaten. Op Piter Jelles Montessori laat ze een lege plek achter.

 

Hans Doodkorte

 
Hierna werd het onderstaande gedicht van Emily Dickinson voorgedragen door
Meike Kooijinga, leerling uit klas 6 Atheneum van onze school.
 


Daar ik niet kon stoppen voor Dood -
Stopte hij - beleefd voor mij -
De Koets was net op maat voor Twee
en voor Onsterfelijkheid.

Wij stapten traag - Hij kent geen haast
ik had mijn arbeid neergelegd
en ook mijn vrije tijd,
want dat leek mij Gepast -

Wij gingen langs de School
waar net het Speelkwartier begon -
Wij gingen langs het Starend Graan -
en langs de Ondergaande Zon -

of eigenlijk - Zij ging langs Ons -
Dauw - maakte sidderend en kil -
want Herfstdraden waren mijn kleed -
mijn Stola slechts van Tule -

Wij rustten voor een Huis - dat leek
een Bolling van de Grond -
Het Dak was nauwelijks te zien -
de Kroonlijst - in de Grond -

en Dat is nu Eeuwen her - toch Voelt
dat korter dan de Tijd
waarin - ik gister voor het eerst
het Paard - keek richting Eeuwigheid -