Openbare Scholengemeenschap

Piter Jelles

 

Locatie Montessori

 

 

Examenreglement

 



Inleiding

 

Het afnemen van examens v.m.b.o., h.a.v.o. en v.w.o. is gebonden aan de wet en regelgeving zoals deze o.a. is beschreven in het Inrichtingsbesluit W.V.O en het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.av.o.-v.b.o.(zie http://www.eindexamen.nl/)

 

Op basis van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.-m.av.o.-v.b.o. dient de school een examenreglement en een programma van toetsing en afsluiting te formuleren.

 

Het examenreglement kent een algemeen deel en een locatiespecifiek deel. Het programma van toetsing en afsluiting behoord tot locatiespecifieke regelgeving.

 

In dit examenreglement is de indeling van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.-m.av.o.-v.b.o. gevolgd. Op deze wijze is de regelgeving in dit examenreglement direct gekoppeld aan het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.-m.av.o.-v.b.o. Bij elk artikel in dit reglement is tussen haakjes het artikelnummer van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.-m.av.o.-v.b.o. vermeld waarop het artikel is gebaseerd.

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
 

Artikel 1 Indeling eindexamen; profielwerkstuk en  sectorwerkstuk (4)
 

  1. Het eindexamen kan voor ieder vak bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel uit beide.
  2. Het schoolexamen v.w.o en h.a.v.o. omvat mede een profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel.
  3. Het profielwerkstuk heeft betrekking op één of meer vakken van het eindexamen. Ten minste één van deze vakken heeft een omvang van 400 uur of meer voor v.w.o. en 320 uur of meer voor h.a.v.o.
  4.

Het schoolexamen v.m.b.o. theoretische leerweg omvat mede een sectorwerkstuk. Het sectorwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in de desbetreffende sector. Het sectorwerkstuk heeft betrekking op een thema uit de sector waarin de leerling het onderwijs volgt.
 

Artikel 2 Onregelmatigheden (5)
 
  1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het eindexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel zonder geldige reden afwezig is, kan de directeur maatregelen nemen.
  2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:
    a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen,
    b. het ontzeggen van de deelname of verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen of het centraal examen,
    c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen,
    d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door de directeur aan te wijzen onderdelen.
Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen legt de kandidaat dat examen af in een volgend tijdvak van het centraal examen.
  3. De examinator meldt de onregelmatigheid, uiterlijk de volgende schooldag, tegelijkertijd in afschrift aan de deelschoolleider en de secretaris van het eindexamen, aan de directeur van de school.
  4. Alvorens een beslissing ingevolge het eerste lid wordt genomen, hoort de directeur, binnen drie schooldagen na melding, de kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige laten bijstaan.
  5. Het besluit waarbij een in het eerst lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt binnen vijf schooldagen na melding, tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat. In dit schrijven wijst de directeur tevens op het bepaalde in het zesde en zevende lid.
  6. De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur van een school voor voortgezet onderwijs in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep.
  7. In overeenstemming met artikel 30a van de wet wordt het beroep binnen drie schooldagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt,    schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep.
 
Hoofdstuk 2 Inhoud van het eindexamen
 
Artikel 3 Begrenzing mogelijkheden vakkenkeuze kandidaten (8)
 
  1 De kandidaten kiezen met in achtneming van dit hoofdstuk in welke vakken zij examen willen afleggen. Voor leerlingen geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag, al dan niet in samenwerking met het bevoegd gezag van een of meerdere andere scholen, hen in de gelegenheid heeft gesteld zich op het examen in die vakken voor te bereiden. Voor wie niet als leerling is ingeschreven geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag hen tot het examen in die vakken toelaat.
  2  De kandidaten kunnen voor zover het bevoegd gezag hun dat toestaat, in meer vakken of niet-verplichte delen van de examenstof examen afleggen dan in de vakken en examenstof die tenminste tezamen een eindexamen vormen.
  3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op kandidaten die deeleindexamen afleggen.
 
Artikel 4 Eindexamen v.w.o.(atheneum) (11)
 
  1. Het eindexamen v.w.o.(atheneum) omvat:
    a. in het gemeenschappelijk deel de vakken: Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur of Franse taal en literatuur ter keuze van de leerling, maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen, culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding.
    b. in het profieldeel van het profiel natuur en techniek de vakken: wiskunde B, natuurkunde, scheikunde en één van de volgende profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: natuur, leven en technologie, biologie of wiskunde D.
    c. in het profieldeel van het profiel natuur en gezondheid de vakken: wiskunde A (wiskunde B), biologie, scheikunde en één van de volgende profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: natuur, leven en technologie, aardrijkskunde of natuurkunde.
    d. in het profieldeel van het profiel economie en maatschappij de vakken wiskunde A (wiskunde B), economie, geschiedenis en één van de volgende profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, aardrijkskunde, Duitse taal en literatuur of Franse taal en literatuur.
    e. in het profieldeel van het profiel cultuur en maatschappij de vakken wiskunde C (wiskunde A), geschiedenis en één van de volgende culturele profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: handvaardigheid, muziek, tekenen of filosofie, en één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: aardrijkskunde of economie.
    f. in het vrije deel van het profiel natuur en techniek één of meer van de volgende vakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, Duitse taal en literatuur, Franse taal en literatuur, wiskunde D, natuur, leven en technologie, aardrijkskunde, biologie, geschiedenis, economie, handvaardigheid, muziek, tekenen of filosofie.
    g. in het vrije deel van het profiel natuur en gezondheid één of meer van de volgende vakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, Duitse taal en literatuur, Franse taal en literatuur, wiskunde D indien wiskunde B in het profieldeel is gekozen, natuur, leven en technologie, aardrijkskunde, geschiedenis, economie, natuurkunde, handvaardigheid, muziek, tekenen of filosofie.
    h. in het vrije deel van het profiel economie en maatschappij één of meer van de volgende vakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, Duitse taal en literatuur, Franse taal en literatuur, wiskunde D indien wiskunde B in het profieldeel is gekozen,  aardrijkskunde, biologie, handvaardigheid, muziek, tekenen of filosofie.
    i. in het vrije deel van het profiel cultuur en maatschappij één of meer van de volgende vakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, Duitse taal en literatuur, Franse taal en literatuur, aardrijkskunde, biologie, economie, handvaardigheid, muziek, tekenen of filosofie.
    j. in een profiel kan handvaardigheid of tekenen voorkomen, maar niet beide vakken.
  2. Het bevoegd gezag van een school  voor v.w.o. kan een leerling, na overleg met die leerling en, - indien de leerling minderjarig is - met diens ouders, voogden of verzorgers, ontheffing verlenen van het volgen van het onderwijs in het vak lichamelijk opvoeding indien de leerling vanwege diens lichamelijke gesteldheid niet in staat is dit onderwijs te volgen.  
  3. De leerling van een school voor atheneum die in het bezit is van een diploma h.a.v.o. is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen, culturele en kunstzinnige vorming en maatschappijleer.
  4. Het bevoegd gezag van een atheneum kan een leerling ontheffing verlenen van het volgen van onderwijs in de Duitse taal en literatuur of de Franse taal en literatuur in het gemeenschappelijk deel in de volgende gevallen:
    a. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal;
    b. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse of Friese taal;
    c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of natuur en gezondheid en het onderwijs in de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding.
    Bij toepassing wordt de taal vervangen door een vak vermeld in lid 1 onder b, c, f en g.
 

Artikel 5 Eindexamen h.a.v.o. (13)
 

  1. Het eindexamen h.a.v.o. omvat:
    a. in het gemeenschappelijk deel de vakken  Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur, maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding.
    b. in het profieldeel van het profiel natuur en techniek de vakken wiskunde B, natuurkunde, scheikunde en één van de volgende profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: natuur, leven en technologie of biologie
    c. in het profieldeel van het profiel natuur en gezondheid de vakken wiskunde A (wiskunde B), biologie, scheikunde en één van de volgende profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: natuur, leven en technologie of natuurkunde.
    d. in het profieldeel van het profiel economie en maatschappij de vakken wiskunde A (wiskunde B) economie, geschiedenis en één van de volgende profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, aardrijkskunde, Duitse taal en literatuur of Franse taal en literatuur.
    e. in het profieldeel van het profiel cultuur en maatschappij de vakken geschiedenis, Duitse taal en literatuur of Franse taal en literatuur en één van de volgende culturele profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: handvaardigheid, muziek, tekenen of filosofie, en één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken, ter keuze van de leerling: aardrijkskunde of economie.
    f. in het vrije deel van het profiel natuur en techniek één van de volgende vakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, Duitse taal en literatuur, Franse taal en literatuur, natuur, leven en technologie, biologie, economie, handvaardigheid, muziek of tekenen.
    g. in het vrije deel van het profiel natuur en gezondheid één van de volgende vakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, Duitse taal en literatuur, Franse taal en literatuur, natuur, leven en technologie, economie, natuurkunde, handvaardigheid, muziek of tekenen.
    h. in het vrije deel van het profiel economie en maatschappij één van de volgende vakken, ter keuze van de leerling: management en organisatie, Duitse taal en literatuur, Franse taal en literatuur, aardrijkskunde, biologie, handvaardigheid, muziek, tekenen of filosofie.
    i. in het vrije deel van het profiel cultuur en maatschappij één van de volgende vakken, ter keuze van de leerling: Duitse taal en literatuur, Franse taal en literatuur, aardrijkskunde, biologie, economie, handvaardigheid, muziek, tekenen, filosofie of wiskunde A (wiskunde B).
    j. in een profiel kan handvaardigheid of tekenen voorkomen, maar niet beide vakken.
  2. Het bevoegd gezag van een school voor h.a.v.o. kan een leerling, na overleg met de leerling en, indien de leerling minderjarig is, met diens ouders, voogden of verzorgers, ontheffing verlenen van het volgen van het onderwijs in het deelvak lichamelijke opvoeding indien de leerling vanwege diens lichamelijke gesteldheid niet in staat is dit onderwijs te volgen.
 
Artikel 6 Eindexamen v.m.b.o. theoretische leerweg (22)
 
  1. Het eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg omvat:
    a. in het gemeenschappelijk deel de vakken Nederlandse taal, Engelse taal, lichamelijke opvoeding, maatschappijleer 1 en kunstvakken 1.
    b. in het sectordeel van de sector techniek de vakken wiskunde en natuur- en scheikunde 1, waaronder tevens begrepen het sectorwerkstuk.
    c. in het sectordeel van de sector zorg en welzijn het vak biologie en één van de volgende vakken,ter keuze van de leerling: wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis of maatschappijleer 2, waaronder tevens begrepen het sectorwerkstuk.
    d. in het sectordeel van de sector economie het vak economie en één van de volgende vakken,ter keuze van de leerling: wiskunde, Duitse taal of Franse taal, waaronder tevens begrepen het sectorwerkstuk.
    e. in het sectordeel van de sector landbouw het vak wiskunde en één van de volgende vakken,ter keuze van de leerling: biologie of natuur- en scheikunde 1, waaronder tevens begrepen het sectorwerkstuk.
    f. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn, van de vakken Franse taal, Duitse taal, natuur- en scheikunde 1, natuur- en scheikunde 2, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer 2, kunstvakken 2 of economie.
  2. Het bevoegd gezag van een school voor v.m.b.o. theoretische leerweg kan een leerling, na overleg met de leerling en, indien de leerling minderjarig is, met diens ouders, voogden of verzorgers, ontheffing  verlenen van het volgen van het onderwijs in het vak lichamelijke opvoeding indien de leerling vanwege diens lichamelijke gesteldheid niet in staat is dit onderwijs te volgen.
 
Hoofdstuk 3 Regeling van het eindexamen
 

Afdeling 1 Examenreglement en programma van toetsing en afsluiting
 

Artikel 7 Programma van toetsing en afsluiting (31)
 
  1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks voor 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting vast, dat in elk geval betrekking heeft op het desbetreffende schooljaar. In het programma van toetsing en afsluiting is per vak aangegeven:
    a. welke onderdelen van het eindexamenprogramma in het schoolexamen worden getoetst.
    b. de inhoud van de onderdelen van het schoolexamen.
    c. de wijze waarop het schoolexamen plaatsvindt.
    d. de tijdvakken waarbinnen de toetsen van het schoolexamen aanvangen.
    e. de herkansing van het schoolexamen.
    f. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het schoolexamen tot stand komt.
 
Afdeling 2 Schoolexamen
 

Artikel 8 Tijdvakken schoolexamen (32)
 

  1. Het schoolexamen v.w.o. vangt aan op 1 oktober van het vierde leerjaar.
  2. Het schoolexamen h.a.v.o. vangt aan op 1 oktober van het vierde leerjaar.
  3. Het schoolexamen v.m.b.o. vangt aan op 1 oktober van het derde leerjaar.
  4. Het schoolexamen wordt uiterlijk een week  voor de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen afgesloten.
  5. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het vierde lid een kandidaat die tengevolge van ziekte of een andere van zijn wil onafhankelijke omstandigheid het schoolexamen niet heeft kunnen afsluiten voor aanvang van het eerste tijdvak, in de gelegenheid stellen het schoolexamen in dat vak af te sluiten voor het centraal examen in dat vak, doch na aanvang van het eerste tijdvak
  6. In afwijking van het vierde lid geldt voor het v.m.b.o. dat het schoolexamen voor vakken waarin geen centraal examen wordt afgelegd en, voor zover van toepassing, het sectorwerkstuk uiterlijk moeten zijn afgesloten op een datum gelegen na de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen, doch uiterlijk een week voordat de uitslag van het centraal examen wordt vastgesteld.
  7. In afwijking van het vierde lid geldt voor het h.a.v.o. en het v.w.o. dat de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding moeten zijn afgesloten uiterlijk een week voordat de uitslag van het centraal wordt vastgesteld.
 

Artikel 9  Wijze van toetsen (32)
 

  1. De toetsen van het schoolexamen kunnen als mondeling toets, als schriftelijke toets, als praktische opdracht, als handelingsdeel of als profielwerkstuk respectievelijk als sectorwerkstuk worden afgenomen
  2. Praktische opdrachten, het profielwerkstuk, het sectorwerkstuk en handelingsdelen zijn als groepsopdracht mogelijk.
  3. De toetsen van het schoolexamen kunnen afgenomen worden in aanwezigheid van andere kandidaten die in hetzelfde vak eindexamen doen.
  4. Bij elke toets kan de directeur een tweede examinator toestaan.
 
Artikel 10 Te laat komen en verhindering tijdens het schoolexamen (32)
 
  1. Een kandidaat die te laat komt, mag  tot uiterlijk vijftien minuten na de aanvang van de toets tot die toets worden toegelaten.
  2. Het meer dan vijftien minuten te laat komen of het niet verschijnen, zonder geldige reden, van een kandidaat bij een toets van het schoolexamen, wordt als onregelmatigheid aangemerkt.
  3. De kandidaat die om een geldige reden, ter beoordeling van de directeur, is verhinderd bij een toets van het schoolexamen krijgt tijdens het  inhaal- en/ of herkansingsmoment, een vervangende toets voorgelegd.
 
Artikel 11 Beoordeling schoolexamen (35)
 
  1. De cijfers van toetsen van het schoolexamen worden uitgedrukt in een cijfer uit een schaal van cijfers lopende van 1 tot en met 10 met de daartussen liggende cijfers met 1 decimaal.
  2. Indien een kandidaat een toets van het schoolexamen aflegt bij twee examinatoren stellen de examinatoren in onderling overleg het cijfer van de toets vast.  Komen zij daarbij niet tot overeenstemming, dan wordt het cijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van het door ieder van hen voorgestelde cijfer. Indien de uitkomst van deze berekening geen getal met 1 decimaal is, wordt de eerste decimaal met 1 verhoogd, indien het tweede cijfer achter de komma 5 of hoger is.
  3. De toetsen van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel worden beoordeeld met ‘voldoende’ of ‘goed’. Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de toets.
  4. De toetsen van de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk leerweg worden beoordeeld met ‘voldoende’ of ‘goed’. Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de toets.
  5. Voor toetsen die een inleverdatum kennen, geldt dat per drie schooldagen overschrijding van die datum, het resultaat van de toets met één vol punt wordt verminderd tot een minimale waardering met het cijfer één.
  6. De opdrachten van de handelingsdelen moeten ‘naar behoren’ zijn afgerond.
  7. Het cijfer van het schoolexamen wordt uitgedrukt in een cijfer uit een schaal van cijfers lopende van 1 tot en met 10.
  8. Indien in een vak tevens centraal examen wordt afgelegd, worden de in het zevende lid genoemde cijfers gebruikt met de daartussen liggende cijfers met 1 decimaal.
  9. In afwijking van het zevende lid worden de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel beoordeeld met ‘voldoende’ of ‘goed’. Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier.
  10. In afwijking van het zevende lid worden de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elke leerweg beoordeeld met ‘voldoende’ of ‘goed’. Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier.
  11. In afwijking van het zevende lid wordt het sectorwerkstuk beoordeeld met ‘voldoende’ of ‘goed’. Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het sectorwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier.
  12. Het sectorwerkstuk wordt beoordeeld door tenminste twee examinatoren die de kandidaat hebben begeleid bij de totstandkoming van het sectorwerkstuk.
  13. De examinator bepaalt het cijfer van het schoolexamen voor een vak waarin geen centraal examen wordt afgelegd op het gewogen gemiddelde van de cijfers van de afzonderlijke toetsen. Indien de uitkomst van de berekening niet een heel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
  14. De examinator bepaalt het cijfer van het schoolexamen voor een vak, waarin tevens centraal examen wordt afgelegd, op het gewogen gemiddelde van de cijfers van de afzonderlijke toetsen. Indien de uitkomst van deze berekening geen getal met 1 decimaal is, wordt de eerste decimaal met 1 verhoogd, indien het tweede cijfer achter de komma 5 of hoger is.
 

Artikel 12 Mededeling beoordeling schoolexamen (33)
 

  1. De examinator stelt binnen 15 schooldagen na een afgelegde toets van het schoolexamen de kandidaat op de hoogte van het resultaat en de wijze waarop het resultaat tot stand gekomen is.
  2. De secretaris van het eindexamen maakt binnen twintig schooldagen na elke schoolexamenweek bekend, voor zover van toepassing:
    a. welke cijfers zijn behaald voor het schoolexamen,
    b. de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld, en
    c. de beoordeling van het sectorwerkstuk
  3. De directeur maakt, behoudens het bepaalde in artikel 8, vijfde en/of zesde en/of zevende lid, drie schooldagen voor aanvang van het centraal examen aan de kandidaat bekend, voorzover van toepassing:
    a. welk cijfers zijn behaald voor het schoolexamen,
    b. de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld, en
    c. de beoordeling van het sectorwerkstuk.
 
Artikel 13 Herkansing per vak (32)
 
  1. Een kandidaat, die eindexamen v.w.o of h.a.v.o. aflegt, kan per toetsperiode de toets van maximaal twee vakken van die toetsperiode herkansen. Uitgezonderd zijn: handelingsdelen, praktische opdrachten en het profielwerkstuk.
  2. De kandidaat, die eindexamen v.w.o. of h.a.v.o. aflegt, meldt zijn herkansingen op een daarvoor in het programma van toetsing en afsluiting aangegeven moment, schriftelijk, onder vermelding van de toets, die hij wil herkansen, aan bij de secretaris van het eindexamen.
  3. De kandidaat, die eindexamen v.m.bo. theoretische leerweg aflegt, kan elke toets éénmaal herkansen, tenzij het Programma van Toetsing en Afsluiting anders vermeld.
  4. De herkansingen vinden op een daarvoor in het programma van toetsing en afsluiting aangegeven moment plaats. Hierbij geldt dat het afleggen van toetsen op grond van artikel 10, lid 3, voor het afleggen van toetsen volgens artikel 13, lid 1, gaan.
  5. Het hoogste van de cijfers behaald bij de herkansing van de toets in een vak en bij de eerder afgelegde toets in dat vak geldt als het definitieve cijfer van de toets in dat vak.
  6. Toetsen waarvan het resultaat tot stand is gekomen op grond van artikel 5, lid 2, zijn uitgesloten van herkansing per vak.
 

Artikel 14 Herexamen schoolexamen (35b1)
 

  1. Een kandidaat, die eindexamen v.w.o. aflegt, kan twee vakken van het schoolexamen waarin geen centraal examen wordt afgenomen en die zijn beoordeeld met een cijfer, het schoolexamen opnieuw afleggen, indien de kandidaat voor dat vak een eindcijfer lager dan een 6 heeft behaald.
  2. Een kandidaat, die eindexamen h.a.v.o. aflegt, kan één vak van het schoolexamen waarin geen centraal examen wordt afgenomen en dat is beoordeeld met een cijfer, het schoolexamen opnieuw afleggen, indien de kandidaat voor dat vak een eindcijfer lager dan een 6 heeft behaald.
  3. Een kandidaat, die eindexamen v.m.b.o. theoretische leerweg aflegt, kan in het vak maatschappijleer 1, het schoolexamen opnieuw afleggen, indien de kandidaat voor het vak maatschappijleer 1 een eindcijfer lager dan een 6 heeft behaald.
  4. De kandidaat meldt zijn herexamen schoolexamen op een daarvoor in het programma van toetsing en afsluiting aangegeven moment, schriftelijk, onder vermelding van het vak, dat hij wil herkansen, aan bij de secretaris van het eindexamen.
  5. Het herexamen schoolexamen omvat de door de examencommissie aangegeven onderdelen van het examenprogramma.
  6. Het herexamen schoolexamen vindt, behoudens het bepaalde in artikel 8, het vijfde en/of zesde en/of  zevende lid, op een daarvoor in het programma van toetsing en afsluiting aangegeven moment plaats, doch uiterlijk een week voor aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen.
  7. De examencommissie stelt vast hoe het cijfer van het herexamen schoolexamen in dat vak wordt bepaald.
  8. Het hoogste van de cijfers behaald bij het herexamen schoolexamen in dat vak en bij het eerder afgelegde schoolexamen in dat vak geldt als het definitieve cijfer van het schoolexamen in dat vak.
 
Artikel 15 Vrijstellingen (32)
 
  1. Leerlingen die in een voorexamenklas doubleren, krijgen voor de vakken waarin geen centraal examen wordt afgelegd en in voorkomend geval voor het profielwerkstuk een vrijstelling, indien op het moment van de vaststelling van de overgang het eindresultaat ‘voldoende’ of het eindcijfer 7,0 of meer is behaald.
  2. Leerlingen die voor het eindexamen zijn afgewezen, krijgen voor de vakken waarin geen centraal examen wordt afgelegd en in voorkomend geval voor het profielwerkstuk een vrijstelling, indien op het moment van de vaststelling van de eindexamenuitslag het eindresultaat ‘voldoende’ of het eindcijfer 6,0 of meer is behaald.
 

Hoofdstuk 4 Centraal examen
 

Artikel 16 Regels omtrent het centraal examen (40)
 
  1. Tijdens een toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook, aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededeling van door de centrale examencommissie vaststelling opgaven, vastgestelde errata.
  2. Een kandidaat die te laat komt, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de toets tot die toets worden toegelaten.
  3. De aan de kandidaten voorgelegde opgaven voor een toets van het centraal examen blijven in het examenlokaal tot het einde van die toets.
  4. Bij ministeriële regeling kan ten aanzien van een of meerdere zittingen worden bepaald dat de kandidaten de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken inleveren bij een van degenen die toezicht houden. Bij die regeling wordt bepaald wanneer de opgaven, de aantekeningen en andere stukken, bedoeld in de eerste volzin, aan de kandidaten worden terug gegeven.
 
Artikel 17 Verhindering centraal examen (45)
 
  1. Indien een kandidaat om een geldige reden ter beoordeling van de directeur is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen op ten hoogste twee toetsen te voltooien.
  2. Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van de staatsexamencommissie zijn eindexamen te voltooien.
  3. De kandidaat meldt zich zo spoedig mogelijk door tussenkomst van de directeur aan bij de voorzitter van de desbetreffende staatsexamencommissie. In dat geval deelt de directeur aan de commissie mede, wanneer dat zich voordoet, dat ten behoeve van de kandidaat toepassing is gegeven aan artikel 23, eerste, en waaruit deze toepassing bestaat.
 
Hoofdstuk 5 Uitslag, herkansing en diplomering
 

Artikel 18 Eindcijfer eindexamen (47)
 

1. Het eindcijfer voor alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10.
2. De directeur bepaalt het eindcijfer op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen.  Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in de eerste volzin, niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
3. Indien in een vak alleen een schoolexamen is gehouden is het cijfer voor het schoolexamen tevens het eindcijfer
 

Artikel 19 Uitslag (49)
 

1. De kandidaat die eindexamen v.m.b.o. heeft afgelegd, is geslaagd indien hij:
a. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of
b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, of
c. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger
2.  In aanvulling op het eerste lid geldt tevens dat voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel en in de theoretische leerweg voor het sectorwerkstuk de kwalificatie ‘voldoende’ of ‘goed’ is behaald.
3. De kandidaat die eindexamen v.w.o. of h.a.v.o. heeft afgelegd, is geslaagd:
a. indien hij:
1. voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
2. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
      3. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
      4. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt,
    b.  indien geen van de eindcijfers van onderdelen, genoemd in het vierde lid, lager is dan 4, en
    c.  indien de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, zijn beoordeeld als ‘voldoende’ of ‘goed’
  4. Bij de uitslagbepaling volgens het derde lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak,voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en voor v.w.o. ook algemene natuurwetenschappen.
  5. De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
  6. Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag is vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan iedere kandidaat bekend, onder de mededeling van het in artikel 20 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 20, eerste lid, geen toepassing vindt.
 
Artikel 20 Herkansing centraal examen (51)
 
  1. De kandidaat heeft voor één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd, nadat ingevolge van artikel 19, zesde lid, de eindcijfers zijn bekend gemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 17, eerste lid, van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.
  2. De kandidaat stelt de directeur voor een door deze laatste te bepalen dag en tijdstip schriftelijk in kennis van gebruikmaking van het in het eerste lid bedoelde recht.
  3. Het hoogste van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder afgelegde centraal examen geldt als definitief cijfer voor het centraal examen.
  4. Na afloop van de herkansing wordt de uitslag definitief vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 18 en wordt deze schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.
 
Artikel 21 Duplicaten en afgifte van verklaringen (54)
 
  1. Duplicaten van afgeven diploma’s, certificaten, bewijzen van ontheffing en cijferlijsten worden niet verstrekt.
  2. Een schriftelijke verklaring dat een in het eerste lid bedoeld document is afgegeven, welke verklaring dezelfde waarde heeft als dat document zelf, kan uitsluitend door de Informatie Beheer Groep worden versterkt.
 
Hoofdstuk  6 Overige bepalingen
 
Artikel 22 Afwijkende wijze van examineren (55)
 
  1. De directeur kan toestaan dat een gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. In dat geval bepaalt de directeur de wijze waarop het examen zal worden afgelegd. Hij doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de inspectie.
  2. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aangepaste wijze van examineren dat:
    a. er een deskundigenverklaring is die door een ter zake deskundige psycholoog of orthopedagoog is opgesteld,
    b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten, en
    c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de onder a genoemde deskundigenverklaring ten aanzien van betrokkene een voorstel wordt gedaan dan wel indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring.
  3. Het bevoegd gezag kan in verband met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal afwijken van de voorschriften gegeven bij of krachtens het Examenbesluit, ten aanzien van een kandidaat die met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt, ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. De in de eerste volzin bedoelde afwijking kan betrekking hebben op:
    a. het vak Nederlandse taal en literatuur;
    b. het vak Nederlandse taal
    c. enig ander vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is
  4. De in het derde lid bedoelde afwijking bestaat voor zover betrekking hebbende op het centraal examen slechts uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten en het verlenen van toestemming tot het gebruik van een verklarend woordenboek der Nederlandse taal.
  5. Van elke afwijking op grond van het derde lid wordt mededeling gedaan aan de inspectie.
 
Artikel 23. Spreiding voltooiing eindexamen (59)
 
  1. Het bevoegd gezag kan, de inspectie gehoord, toestaan dat ten aanzien van een kandidaat die in het laatste leerjaar langdurig ziek is, en ten aanzien van een kandidaat die lange tijd ten gevolge van een bijzondere, van de wil van de kandidaat onafhankelijke omstandigheid niet in staat is geweest het onderwijs in alle betrokken eindexamenvakken gedurende het laatste leerjaar te volgen, het centraal examen en in voorkomend geval het schoolexamen, voor een deel van de vakken in het ene schooljaar en voor het andere deel in het daarop volgende schooljaar wordt afgelegd. In dat geval wordt het eindexamen in een vak in het eerste of in het tweede van deze schooljaren afgesloten.
  2. Het bevoegd gezag geeft zijn in het eerste lid bedoelde toestemming uiterlijk voor de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afwijken van de eerste volzin ten behoeve van een kandidaat die nog niet in alle betrokken eindexamenvakken centraal examen heeft afgelegd.
  3. Artikel 20, eerste tot en met vierde lid, is ten aanzien van de kandidaat van toepassing in het eerste en in het tweede schooljaar van het gespreid centraal examen, met dien verstande dat het in dat artikel bedoelde recht in het eerste schooljaar ontstaat nadat de eindcijfers van de vakken waarvoor in het eerste schooljaar het centraal examen is afgesloten, voor de eerste maal zijn vastgesteld.
 
Hoofdstuk 7 Slot- en overgangsbepalingen
 
Artikel 24 Handhaving voorschriften oude stijl (66)
 
  1. Voor de examenkandidaten v.w.o. en h.a.v.o. die hun examen hebben aangevangen voor 1 augustus 2007, blijft de vorige versie van het examenreglement van kracht.
 

Artikel 25 Inwerkingtreding (67)
 

  Dit examenreglement treedt in werking met ingang van 1 augustus 2007.
 

Artikel 26 Citeertitel (68)
 

  Dit reglement kan worden aangehaald als: Examenreglement van de Openbare Scholengemeenschap ‘Piter Jelles’, locatie Montessori te Leeuwarden.

 

Leeuwarden, 15 september 2007

 

Naam:
Directeur


 

Bijlage 1

 

De Commissie van Beroep bestaat uit:

 

-  een directeur van een school(locatie) van Piter Jelles, voorzitter*

-  een (juridisch) medewerker van osg Piter Jelles, notulant

-  een lid van de MR uit bij voorkeur de oudergeleding

 

Adres Commissie van Beroep:

 

Secretariaat college van bestuur

Postbus 9002

8903 LA Leeuwarden

 

* De commissie wordt samengesteld nadat een beroep is ingesteld door een examenkandidaat of zijn/haar wettelijke vertegenwoordigers. De te benoemen voorzitter kan geen directeur zijn van de locatie waar de examenkandidaat het eindexamen aflegt.