Montessori Activiteiten De praktijk Leerlingbegeleiding en zorg Schoolleiding Financiën

 

   

ZORGPLAN

2011-2012

 

OSG Piter Jelles

Montessori College
(Bovenbouw) !mpulse

 

1.  1. Inleiding

Het Montessori College PJ en de bovenbouw van PJ !mpulse zijn gevestigd op de Douwe Kalmaleane. Dit zorgplan geeft een beeld van de visie op zorg, de praktijk ervan en de nog te realiseren doelen op dit gebied van deze locatie. Het document kan ook gebruikt worden als naslagwerk m.b.t. de taken, de uitvoering en de afspraken rondom leerlingenzorg.

 

Hoewel de meeste zaken in dit document vaststaan, is het natuurlijk mogelijk, dat voortschrijdend inzicht leidt tot aanpassing gedurende het schooljaar.

 
2. Visie op onderwijs en zorg

 

Visie op onderwijs 

Het onderwijs op onze school wordt gegeven volgens de ideeën van Maria Montessori. Dat betekent dat we toewerken naar het einddiploma vmbo-t, havo dan wel vwo, maar tevens dat we tijdens het leerproces de leerlingen een aantal vaardigheden en attitudes willen leren en laten toepassen. We willen de leerlingen leren hoe ze zelfstandig kunnen werken, zodat ze minder docentafhankelijk zijn. Sommige leerlingen hebben die vaardigheid al als ze bij ons komen, anderen zullen die vaardigheid moeten ontwikkelen. Om leerlingen zelfstandig te kunnen laten

werken, proberen we onze didactiek aan te passen en de leeromgeving zo in te richten dat, dat ook daadwerkelijk kan. Alle vakken hebben werkwijzers en jaarplanners en er komt in toenemende mate extra materiaal beschikbaar dat voor de leerlingen bruikbaar is. Daarnaast willen we leerlingen in staat stellen om op een verantwoorde wijze te oefenen in het dragen van eigen verantwoordelijkheid voor hun leerproces. Het Montessori principe "vrijheid in gebondenheid" is hierbij een belangrijk gegeven. Vrijheid waar het kan en voor wie het aankan, gebondenheid waar nodig en voor wie meer (bege)leiding nodig heeft. Een voorbeeld daarvan is

de Montessori Werk Tijd (MWT). Het is een onderdeel van de lestijd, die de leerlingen op school doorbrengen. Ze mogen echter zelf kiezen bij welke docent ze gaan werken en aan welk vak, tenzij de vakdocent of de mentor, in overleg met de leerling, heeft afgesproken, dat er MWT besteed moet worden aan specifieke vakken. Verder beschouwen we leerlingen als unieke persoonlijkheden met hun eigen mogelijkheden en ontwikkeling. Binnen de kaders die er zijn, betekent dat een meer op de individuele leerling gerichte benadering, zowel van vakdocenten als van de mentor. Daarbij willen we zeker ook oog hebben voor de manier waarop we op school als personeel en leerlingen met elkaar, het gebouw en de omgeving omgaan. Kernbegrippen daarbij zijn respect en vertrouwen.

 
Specifieke Montessori-kenmerken:

- De omgeving geeft de leerling het vertrouwen om zelf verantwoordelijkheid te dragen.
- Een voorbereide omgeving motiveert en stimuleert een leerling om zelf actief te leren.
- Vrijheid geven aan de ene kant, grenzen stellen en accepteren aan de andere kant
- In het dynamische proces van leren leren, wisselen elkaar voordoen, nadoen en vooral zelf doen, voortdurend af.
 
Uitgangspunten
Als iedereen zich aan de uitgangspunten houdt, die in overleg met de leerlingen zijn opgesteld, dan loopt het op school zoals het hoort:
- respecteer je omgeving
- respecteer elkaar
- respecteer werksfeer en rust
- kom afspraken na
- kom op tijd
In de bovenbouw werken Montessori en !mpulse samen. Vakinhoud en kennisoverdracht verloopt via Montessori-docenten aan !mpulse-leerlingen, die daarnaast, i.p.v. MWT, !mpulse-tijd kennen. De bovengenoemde kenmerken komen echter voor een groot deel met elkaar overeen.
 
Visie op zorg

Het doel van alle medewerkers op deze locatie is: de ontwikkeling van alle leerlingen op zowel cognitief als op sociaal-emotioneel gebied zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Hierbij houden we rekening met de individuele leerling en zijn unieke, individuele behoeften en (on)mogelijkheden.

In grote lijnen kunnen we de zorgstructuur omschrijven als een geheel van voorzieningen en activiteiten die erop gericht zijn dat leerlingen, zowel individueel als in groepsverband, optimaal kunnen functioneren en profiteren van het aanbod van de school en zo op een optimale wijze worden voorbereid op de maatschappij en een vervolgopleiding. Korte lijnen en helderheid vormen belangrijke aspecten hiervoor.

De mentor speelt een centrale rol in de begeleiding van individuele leerlingen en van een leerlingengroep. Daarnaast besteden docenten binnen de reguliere lessen zoveel mogelijk aandacht aan de individuele leerbehoeften van leerlingen. De zorgcoördinator is binnen de school degene die adviseert, coördineert en evalueert op het gebied van de zorg en degene die samen met het interne zorgteam zorgt voor de juiste acties bij het optreden van problemen en hierbij de juiste personen met elkaar in verbinding brengt.
 
Doelen in de zorg 2011/2012

Signaal verzuim wordt direct zichtbaar en er worden z.s.m. passende acties op gezet om het onderliggende probleem boven tafel te krijgen en aan te pakken.
Vanaf dit schooljaar is de Leerplichtambtenaar maandelijks aanwezig voor een verzuimspreekuur; hij kan dus snel ingeschakeld worden bij verzuim (zie bijlage 5) De zorgcoördinator heeft dit schooljaar ook regelmatig overleg met de coördinatoren in fase 1 en fase 2 (in fase 2 de zgn. ‘supermentoren’), m.b.t. het verzuim met als doel eerder actie te kunnen ondernemen bij verzuim. Door de invoering van het verzuimspreekuur en regelmatiger en directer contact van de zorgcoördinator met de coördinatoren hopen we leerlingen met zorg eerder in beeld te krijgen zodat passende acties ondernomen kunnen worden. Zie ook bijlage 8 (aanvraag reboundgelden m.b.t. ‘supermentoren’).

Het nieuwe leerlingvolgsysteem SOM wordt door mentoren up-to-date gehouden.
Om dit te bereiken is het noodzakelijk dat mentoren thuis raken in het systeem en regelmatig hun leerlingen bijwerken. Daarnaast moeten mentoren weten wat ze wel en niet in het systeem horen te zetten. De zorgcoördinator kan een rol spelen als het gaat om het belang hiervan duidelijk te maken en door heldere richtlijnen te verschaffen aan mentoren over welke informatie in het systeem thuis hoort. Aan het eind van het schooljaar zouden deze richtlijnen en het belang bij de mentoren bekend moeten zijn, en is het systeem door alle mentoren bijgewerkt.
 
3. Vormgeving van de zorg

De zorgstructuur laat zich het makkelijkst omschrijven in 1e, 2e en 3e lijns zorg. De mentor speelt een centrale rol in de eerstelijnszorg. De zorgcoördinator heeft een centrale rol in het adviseren van docenten/mentoren bij het vinden van passende begeleiding/hulp, het organiseren van extra zorg voor leerlingen en het opzetten en uitwerken van ontwikkelpunten van de school. De zorgcoördinator wordt hierin ondersteund door het interne zorgteam en het Zorg Advies Team (ZAT). De leden van het ZAT zijn de belangrijkste externe contacten van de school.

1e lijn
De mentor is het eerste aanspreekpunt voor leerling en ouders en de belangrijkste persoon als het gaat om signaleren van zorg. Naast de mentor hebben ook docenten en het onderwijsondersteunend personeel een belangrijke signalerende functie. In een aantal gevallen kunnen de mentoren, docenten en OOP zelf extra zorg geven aan een leerling, maar voor advies of doorverwijzing zullen zij altijd overleggen met de 2e lijns zorg (via de mentor).

2e lijn
De tweedelijnszorg bestaat uit de zorgcoördinator, de leden van het interne zorgteam (leerlingbegeleiders), de coördinatoren (van de 1e fase, 2e fase en vmbo-t), de decanen en een MT-lid met zorg in zijn portefeuille.

3e lijn
Externe contacten vallen onder de 3e lijnszorg. Hierbij horen in eerste instantie de leden van het Zorg Advies Team (ZAT), te weten:
- Orthopedagoog van CenZore,
- Leerplichtambtenaar,
- Schoolmaatschappelijk werker
- Sociaal verpleegkundige van de GGD.

Het ZAT wordt door de zorgcoördinator georganiseerd en voorgezeten. Een van de taken van het ZAT is advies uitbrengen voor acties rond een leerling in relatie tot externe instanties. Door de zorgcoördinator kan verder advies gevraagd worden aan de PCL van CenZore. Verdere taken vindt men in het protocol ZAT (bijlage 2)

Daarnaast wordt er soms ook contact gelegd met andere externe instanties, bijvoorbeeld de ambulante begeleiding vanuit Sensor (cluster 4) en cluster 2 en 3, OZL-Noord, Fier Fryslân, Bureau Jeugdzorg, etc.

Speciale zorg

- LGF leerlingen
Leerlingen met een leerlinggebonden budget (het zgn. ‘rugzakje), krijgen (vaak individuele) extra begeleiding op school. Daarnaast is er regelmatig overleg m.b.t. advies/voortgang met de ambulant begeleider vanuit het bijbehorende cluster, de mentor, ouders en de leerling. De zorgcoördinator coördineert deze contacten.
- Dyslectische leerlingen
In de onderbouw worden leerlingen gescreend op dyslexie en kunnen zij extra begeleiding krijgen. De school kan een aanvraag doen voor een dyslexie-onderzoek bij Cenzore. De ouderbijdrage hiervoor is 125 euro. Onderzoeken worden op school uitgevoerd. Leerlingen met een dyslexieverklaring hebben recht op o.a. extra tijd bij toetsen en examens ed. Zie bijlage 7 voor het concept protocol dyslexie.
- Langdurig zieke leerlingen
Voor leerlingen die i.v.m. ziekte veel school moeten missen of helemaal niet op school kunnen komen, kan er een beroep worden gedaan op OZL-Noord. Contacten verlopen via de zorgcoördinator.
 
4. Functionarissen en taken

Hier worden de verschillende functionarissen in de 1e, 2e en 3e lijns zorg en hun taken wat betreft de zorg omschreven. Zie bijlage 1 voor een overzicht van de 2e en 3e lijnszorgfunctionarissen voor 2011/2012.

1e lijn:

De Mentor
De mentor is het eerste aanspreekpunt voor de leerling en ouders. De mentor heeft zicht op het algemene welbevinden en de schoolresultaten van zijn leerlingen en zorgt ervoor, indien nodig, dat zijn leerlingen de juiste (extra) begeleiding / ondersteuning krijgen. Dit doet hij bijvoorbeeld door advies te vragen bij de zorgcoördinator of de leerling in te brengen bij het interne zorgteam of het Zorg Advies Team. De mentor is voorzitter bij het bespreken van zijn groep tijdens de leerlingbespreking, hij rapporteert signalen, onderhoudt het leerlingvolgsysteem en besluit welke stappen ondernomen moeten worden. Zie bijlage 3 voor het concept ‘uitgangspunten van het mentoraat’.

Docenten
Docenten zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor hun vakgebied, maar hebben daarnaast een belangrijke signalerende functie. Docenten zullen zorg die zij voor leerlingen hebben, delen met de mentor van de desbetreffende leerling.

OOP
Ook Onderwijsondersteunend personeel (OOP) kan een signalerende functie hebben. Zij delen eventuele zorgen met de mentor.

2e lijn

MT-lid Zorg
Samen met de zorgcoördinator draagt hij zorg voor de tweedelijnszorg en het maken van beleid hierop.

Zorgcoördinator
Hij heeft de verantwoordelijkheid alle zorgprocessen goed te bewaken. Hij is de contactpersoon naar externe instanties en personen. De zorgcoördinator is verantwoordelijk voor de LGF-begeleiding en de contacten daar om heen. De zorgcoördinator organiseert de bijeenkomsten van het interne zorgteam en het ZAT en is voorzitter.

Coördinatoren 1e fase, 2e fase en vmbo-t
Deze coördinatoren zijn verantwoordelijk voor het mentoraat en zijn na de mentor het eerste aanspreekpunt voor leerlingen. Zij organiseren de leerlingbesprekingen en rapporteren aan de zorgcoördinator wat er speelt in hun team qua zorg. Daarnaast houden zij het verzuim van leerlingen in de gaten en hebben zij hierover regelmatig overleg met de zorgcoördinator.

Leden van het interne zorgteam (leerlingbegeleiders)
Zij dragen zorg voor leerlingen, waarvan de mentor aangegeven heeft dat extra zorg noodzakelijk is, of waarbij dit naar voren is gekomen uit een signaleringsinstrument (bijvoorbeeld de SAQI, dyslexie-screening ed.). Hierbij gaat het om extra hulp wat betreft studievaardigheden, sociaal-emotioneel welzijn, faalangstreductietraining of ondersteuning bij dyslexie. In overleg met het zorgteam kan ook besloten worden hulp/ondersteuning buiten school te zoeken. Zij zijn daarnaast aanspreekpunt voor leerlingen en ouders, indien zij daar behoefte aan hebben.
De taken van het interne zorgteam zijn:
- handelingsadvisering aan ouders/school
- bieden of activeren van hulp en zorg
- toeleiding van leerlingen naar hulp en zorg
- coördinatie, afstemming, en opvolging van zorg
- betrekken/verwijzen naar ZAT

Decaan
De decaan geeft de mentor aanwijzingen om zijn begeleiding t.a.v. het keuzeproces zo goed mogelijk te laten plaatsvinden. De decaan coördineert de contacten met het vervolgonderwijs..

Contactpersoon
Een contactpersoon vangt leerlingen met klachten, die vallen onder de klachtenregeling, op en begeleidt hem of haar naar de vertrouwenspersoon.

Vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersoon is er voor de leerlingen en het personeel wanneer er sprake is van seksuele intimiteiten (tussen leerlingen onderling, tussen personeel onderling en tussen leerling en personeel). Zie bijlage 6 voor meer informatie.

3e lijn

Schoolmaatschappelijk werker
De schoolmaatschappelijk werker is de eerste externe hulpverlener die in de school bereikbaar is voor leerlingen. Hij is lid van het ZAT en geeft daar adviezen om hulp zo effectief mogelijk te laten zijn. Zie bijlage 4 voor een omschrijving van schoolmaatschappelijk werk.

Sociaalverpleegkundige

De Sociaalverpleegkundige (GGD) heeft, indien een leerling dat wil, gesprekken om te helpen bij zaken die met lichamelijk welzijn te maken hebben. Hij is lid van het ZAT. Verder voert hij onderzoeken uit in de tweede klassen havo/vwo en bespreekt de resultaten met de zorgcoördinator (alleen bij toestemming van ouders).

Leerplichtambtenaar
De leerplichtambtenaar is lid van het ZAT. Hij heeft behalve zijn rechtstreekse taak rond leerplicht een belangrijke rol bij verwijzingen en meldingen bij officiële instanties. De leerplichtambtenaar houdt maandelijks een verzuimspreekuur op school.
Zie bijlage 5 voor het protocol voor het verzuimspreekuur.

CenZore, (Samenwerkingsverband 3.03)

- Permanente Commissie Leerlingenzorg
De Permanente Commissie Leerlingenzorg heeft de volgende taken:
- adviesfunctie voor leerlingen met een beschikking voor praktijkonderwijs die toegelaten willen worden tot het vmbo met leerwegondersteunend onderwijs;
- adviesfunctie voor leerlingen met een leerling gebonden financiering die toegelaten willen worden tot één van de scholen van het samenwerkingsverband
- de monitorfunctie;
- toeleidingsfunctie naar RMC (Regionaal Meld- en Coördinatiepunt)
- toelating leerlingen bij de rebound
- adviseren en monitoren aanmelden RVC (Regionale verwijzingscommissie)

-Centrale dienst
De school kan, via de zorgcoördinator/pedagogisch medewerker, een beroep doen op de centrale dienst van CenZore voor consultatie, ondersteuning en onderzoek door een orthopedagoog of psycholoog. De centrale dienst verricht dyslexieonderzoek en kan ondersteunen bij het opstellen van dyslexiebeleid. Een orthopedagoog van CenZore is lid van het ZAT.

Ambulant begeleider
Er zijn diverse ambulante begeleiders van Sensor (cluster 4), Cluster 2 en cluster 3 in de school werkzaam. Per cluster heeft de school één vaste begeleider. De ambulant begeleider adviseert, ondersteunt en evalueert rondom de begeleiding van LGF-leerlingen.

Consulent OZL-Noord
Een consulent van OZL-Noord geeft langdurig zieke leerlingen extra ondersteuning in de thuissituatie en is een schakel tussen school en thuis.
 
5. Communicatie

Om de leerlingenzorg overzichtelijk en praktisch uitvoerbaar te houden, zijn er verschillende overlegmomenten en liggen de communicatielijnen als in het hieronder getekende schema:
 

*LVS = leerlingvolgsysteem

Vaste overlegmomenten zijn er in ieder geval als intern zorgteam en met het ZAT. Daarnaast heeft de zorgcoördinator regelmatig overleg met een MT-lid, met de coördinatoren, met mentoren en de externe instanties zoals genoemd bij de 3e lijns zorg.
 
6. Jaarkalender zorg

Elk schooljaar heeft een aantal terugkerende zorgactiviteiten op het programma staan. Hieronder de belangrijkste met datum.

Intern
Leerlingbesprekingen:
- 4 oktober, 10 januari, 27 maart, 5 juni

Overig overleg (nog niet voor het hele jaar gepland):
-Zorgteamoverleg:
-Overleg met MT
-Overleg met coördinatoren

Screening:
-Dyslexiescreening: tussen de herfst- en de kerstvakantie
-Schoolvragenlijst (SVL): rond de herfstvakantie.

Extern
ZAT-overleggen 13-15u:
- 26 oktober, 14 december, 8 februari, 11 april, 13 juni

Verzuimspreekuur LPA 8.30-9.30u:
- 12 oktober, 23 november 21 december, 1 februari, 7 maart, 11 april, 16 mei, 13 juni

Overleg SMW 15u:
- 26 oktober, 14 december, 8 februari, 11 april, 13 juni

PJ Breed overleg en Zorgplatform CenZore 8.30-12.00u:
- 5 oktober, 14 december, 15 februari, 18 april, 6 juni

GGD-onderzoeken 2e klas door Sociaal-verpleegkundige:
- 23 november, 7 december, 14 december, 11 januari, 8 februari, 14 maart, 11 april
 
7. Doelen van de zorg en evaluatie

Door personeelswisselingen, verlof ed. was de continuïteit in de zorg in het schooljaar 2010/2011 helaas niet altijd even optimaal. Gelukkig zijn er een aantal zaken heel goed opgepakt en uitgevoerd, zodat we toch kunnen zeggen dat er aan een aantal doelen hard gewerkt is en sommige gewoon goed gehaald zijn. Hieronder een overzicht.

Doelen onderbouw 2010/2011:
Mentoren en docenten hebben kennis van voorkomende gedragsproblematiek en de daarbij horende diagnoses, zij zijn in staat begeleidingsvaardigheden hierop af te stemmen zodat leerlingen de passende ondersteuning krijgen.
De Ambulant begeleider vanuit Cluster 2 heeft betreffende twee leerlingen meerdere malen voorlichting gegeven in het docententeam van de onderbouw en in de klas van de desbetreffende leerlingen. De Ambulant begeleider vanuit Cluster 4 heeft nauw contact gehouden met de mentor en LGF-begeleider omtrent de LGF-leerling in de onderbouw. Beide ambulante begeleiders hebben praktische tips gegeven aan docenten waar nodig en staan altijd open voor vragen. Voor de aanwezige LGF-leerlingen in de onderbouw is dit naar tevredenheid verlopen. Een vast moment aanwezig zijn op school is voor de Ambulant begeleiders helaas niet haalbaar (en tot nu toe ook niet noodzakelijk).

Lastig blijft het inplannen van voorlichtingen omtrent AD(H)D, PDD-NOS, slechthorendheid etc. Dit heeft alles te maken met volle agenda’s en overlegmomenten. Een oplossing zou kunnen zijn om al voor de zomervakantie een aantal momenten hiervoor in de jaarkalender te laten vastleggen.

De leerlingenzorg van het Montessori onderhoudt contacten met BJZ en heeft kennis van de werkwijze binnen de Jeugdzorg.
In het afgelopen schooljaar heeft eenmaal een contactpersoon van BJZ het ZAT bijgewoond. Er is momenteel geen vast contactpersoon, maar de contacten verlopen over het algemeen soepel en het is geen probleem om incidenteel iemand bij het ZAT aan te laten schuiven als dat nodig is. Voor advies kan altijd een beroep gedaan worden op BJZ.

Doelen bovenbouw 2010/2011:
Er is een dekkend verzuimbeleid waardoor signaal verzuim direct zichtbaar wordt gemaakt.
Hier zijn stappen in gezet, maar dit doel is nog niet voor 100% behaald. In de bovenbouw hadden 2 mentoren extra taken hierin, maar in de praktijk te weinig tijd om deze goed uit te kunnen voeren. Dit heeft ertoe geleid dat in januari/februari ineens een groot aantal meldingen naar de Leerplichtambtenaar werd gedaan.

Vervolg: Vanaf dit schooljaar is de Leerplichtambtenaar maandelijks aanwezig voor een verzuimspreekuur. De zorgcoördinator heeft dit schooljaar ook regelmatig overleg met de coördinatoren in fase 1 en fase 2, de zgn. ‘supermentoren’, m.b.t. het verzuim met als doel eerder actie te kunnen ondernemen bij verzuim. Leerlingen worden dus eerder benaderd wanneer er sprake is van verzuim. Zie ook bijlage 8 (aanvraag reboundgelden)

De zorgleerling wordt preventief gesignaleerd en krijgt tijdig de passende hulp aangeboden.
In 2010/2011 zijn in de bovenbouw ook met regelmaat leerlingbesprekingen gehouden. Dit heeft er toe geleid dat leerlingen eerder bij de zorg terecht zijn gekomen en evt. zijn doorverwezen. Leerlingbesprekingen staan dit jaar 4 keer op de jaarkalender. Daarnaast is er door de werkgroep Mentoraat meer aandacht besteed aan het mentorschap en de inhoud hiervan. Dit wordt in het komende schooljaar verder vorm gegeven. Tenslotte heeft de zorgcoördinator regelmatig overleg met de coördinatoren van fase 1 en fase 2, ook m.b.t. zorgleerlingen.
 
BIJLAGEN:
1 wie doet wat?
2 protocol ZAT
3 Uitgangspunten mentoraat Montessori College
4 Schoolmaatschappelijk werk
5 verzuimprotocol
6 contactpersoon vertrouwenspersoon
7 Protocol Dyslexie PJM
8 reboundgelden